Een interessante taxi rit

 

 

18-02-2017 slapen wij in Casa Particulares:

Sra. Zoila Mejias Torres / Marlen Moraga Mejias

Barolomé Masó No. 159 (San Basilio) e/ Corona y Padre Pica

Santiago de Cuba Correo: liudmila54@nauta.cu / Móbil: 53-53687063

De Casa waar wij in terechtkomen ziet er ook weer prima uit. Eerst de woonkamer van de twee dames die de Casa bezitten daarna de hal, de slaapkamer, de keuken en dan een trap naar boven waar onze slaapkamer zich bevindt met aangrenzende badkamer. Verder is er naast onze slaapkamer waar we aan een tafel kunnen zitten en waar in de ochtend het ontbijt wordt geserveerd.

Van hieruit kun je via een enorme zware ijzeren deur naar buiten toe en heerlijk op het terras zitten. Niet zo handig voor Tygo omdat er zich ook een gevaarlijke trap naar een hoger gelegen kamer bevindt. Recht tegenover de Casa bevindt zich een restaurant op een dakterras, die door de dames van de Casa van harte wordt aanbevolen.

We gooien de tassen op de kamer en gaan meteen op pad want we hebben alweer honger.

Het restaurant ziet er leuk uit, maar de prijzen zijn minder leuk. We krijgen gewoon de toeristenkaart en dat begin ik een beetje zat te worden. Ik vraag of het klopt dat wij de toeristenkaart gekregen hebben, aangezien de dames beneden ons verteld hebben dat we hier gewoon voor lokale prijzen konden eten. Hij vroeg mij even te wachten en liep naar beneden, blijkbaar om even met de baas te overleggen. Toen hij terugkwam konden we het eten ineens voor 50% minder krijgen.

Het volgende probleem was echter dat ze niet echt wat voor vegetariërs op de kaart hadden en daarom besloten we alsnog te vertrekken. Dan maar op zoek naar iets anders. En daar begon onze tocht weer op zoek naar voedsel. Overal werden we door mannetjes aangesproken. De één weet een taxi, de ander een Casa en iedereen wist waar we vegetarisch konden eten. Het ene restaurant was echter nog slechter dan het andere. We hopen dat dat aanspreken morgen over is. Ze zullen dan wel door hebben dat we hier al langer zitten en onze weg in Santiago weten. Ik hoop dat het ophoud.

En net wanneer ik het zoeken helemaal zat ben zie ik een leuk tentje. Een piepkleine ruimte waar ze broodjes met omelet, kaas en ham verkopen en Jugos Naturales.

“Oh nee” roep ik uit tegen Vincent “vind ik wat leuks zijn die prijzen weer in CUC, ik ben er helemaal klaar mee”. Vincent stapt naar binnen en vraagt welke betaaleenheid wordt gevraagd. Het blijken prijzen in CUP te zijn. Nu pas begrijp ik dat een dollarteken met 1 streepje erdoor ($) de lokale CUP betreft en het om CUC gaat wanneer er twee strepen door het dollarteken staan.

Een broodje omelet kost dus geen 10 CUC/10 Euro maar slechts 10 CUP, wat nog geen vijftig cent is. Het zijn twee dames die de broodjes bereiden en het ziet er allemaal ook nog eens heel hygiënisch uit.

Terwijl wij op onze broodjes zitten te wachten ziet Vincent een zwerver aan de overkant zitten, die luciferdoosjes probeert te verkopen. De man heeft een heel lieve uitstraling. Vincent loopt naar de man toe en geeft hem zijn verse Jugos de Papaya. “Dan lust hij vast ook nog wel zo’n lekker broodje omelet” zeg ik. Dus Vincent bestelt een extra broodje en wanneer Tygo zijn broodje kaas niet wil eten heeft de beste man ook nog een toetje. De man is dolblij, zo lief om te zien. Het raakt Vincent enorm en geeft de man een dikke knuffel, gaat naast hem zitten terwijl de tranen Vincent over de wangen rollen. Wat is het toch een lieverd die vriend van mij!!

 

Helemaal voldaan met een volle maag lopen we terug naar de Casa. Onderweg passeren we een enorm park waar muziek wordt gemaakt en een aantal grote, goed onderhouden gebouwen staan. Vrijwel de enige goed onderhouden gebouwen in Santiago de Cuba. Het schijnt dat hier jaren geleden orkaan Sandy heeft gewoed, die volgens zeggen heel veel schade aan gebouwen heeft aangericht. Vlak bij onze Casa staat bijvoorbeeld een gebouw waar nog heel groot Bank of Canada op staat maar nu nog slechts een ruïne is.

In de meeste Casas hebben we 2 bedden waar we gebruik van kunnen maken. In de huidige Casa maar eentje. Het is daarom iets minder comfortabel slapen in een 1.40 meter bedje, aangezien Tygo in zijn slaap rustig overdwars gaat liggen. Een stevig ontbijt met veel vers fruit, omelet, gekookte eieren, wittebroodjes, kaas, ham, koffie en thee maakt alles echter weer goed.

Deze morgen gaan we eerst van Casa wisselen, aangezien we Casa Ana besproken hebben voor de rest van de week, tenminste als deze ons gaat bevallen. Maar dit kan bijna niet anders aangezien onze Cubaanse lerares Ana heet en alles wat zo heet wel goed moet zijn.

Van 19-02-2017 t/m 25-02-2017 hebben we geslapen bij:

Hostal Casa 3 Ana

Calle Lino Boza  #17, e/ Padre Pico y San Basilio, Santiago de Cuba

Movil: +53 (22) 622192 Correo: anamo@nauta.cu

 

Wanneer we de tassen op de kamers hebben gegooid besluiten we eerst op zoek te gaan naar een schrift voor onze Spaanse les. Die zijn we helaas vergeten uit Nederland mee te nemen. Er is een grote winkelstraat vlak bij onze Casa, maar een paar hellingen verderop. We vinden er een boekenwinkel met een klein assortiment boeken. Ja ook boeken zijn blijkbaar schaars. En wanneer we om een schrift vragen komt er inderdaad een schrift uit één van de kasten langs de muur. 2 CUC per schrift. Huh dat lijkt me een beetje veel en inderdaad al snel laat de jongen zijn prijs zakken en biedt hij ons de schriften voor 0.50 CUC aan. Dat ging wel heel makkelijk dus. De verkoper blijkt een jongen te zijn, die studeert aan de universiteit en geld bijverdiend in de boekenzaak. Hij blijkt wél gratis internet te krijgen via de universiteit. Hij laat het ons zien op zijn telefoon. Zijn telefoon is blijkbaar al voor de tiende keer gevallen en zit helemaal vol met barsten zodanig dat ik niet meer kan lezen wat het scherm vertoont.

Moet je nagaan, dan heb je dus internet maar kun je er geen gebruik van maken, omdat je geen geld hebt om een nieuwe telefoon te kopen of het glas te laten vervangen. En dan moet ik zo nodig een nieuw scherm op Vincent zijn tablet, omdat ik 2 barsten erin niet fijn vind kijken.

In de middag gaan we op zoek naar het meetingpoint waar we maandag 20 februari moeten verzamelen voor onze Spaanse les. Het adres is “la calle 4ta entre L y M”. Onderweg hopen we nog wat te kunnen eten, maar er lijkt in de verste verte geen eetgelegenheid te zijn. Er komt een vrouw aanlopen. Ze zegt dat ze ons kan helpen aan vegetarisch eten. Ik weet niet wat ik zie. Ze is heel donker van huidskleur en zit helemaal onder de grote harde bulten, zo groot als knikkers. Haar hele lichaam zit ermee vol. Ik heb iemand met deze “ziekte” weleens op televisie gezien. Ik hoor haar nog zeggen dat de bulten niet besmettelijk zijn voor iemand anders als ze met ons praat en Tygo zijn kant uitwijst. Ongelooflijk wat erg als je dit als mens overkomt. Ze heeft bijna geen glad stukje huid meer over.

Ze brengt ons naar mensen toe die volgens haar vegetarisch voor ons kunnen koken. We staan in een woonhuis waar de mensen op het beton leven. Gezien de hygiëne en mijn vermoeden dat deze mensen graag wat willen verdienen, maar geen idee hebben wat vegetarisme inhoud besluiten we onze weg te vervolgen en een avontuurlijk diner bij deze mensen af te slaan. Vincent en ik spreken vanaf dat moment samen af dat we niet meer afgaan op al die dames en heren die ons willen helpen aan een plek om te eten.

 

Het is een behoorlijk eind lopen naar het meetingpoint en hoe langer we lopen des te meer komen we in een buurt terecht waar de mensen niet meer zo vriendelijk naar ons lachen. Normaal gesproken reageren mensen heel spontaan op het feit dat ik Tygo op de rug draag, maar hier reageert niemand meer op ons. Ik ga uit mijzelf “Hola” zeggen om te kijken of dat gaat helpen, maar bijna niemand zegt iets terug. Steeds vaker zien we groepjes mannen op straat rondhangen.

De mensen worden eveneens steeds donkerder en de huizen gaan er steeds minder uitzien. Op een gegeven moment moeten we een enorme helling op. Bovenaan de helling worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over Santiago de Cuba. Van het uitzicht heb ik geen foto durven maken, omdat ik een paar straten terug mijn fototoestel uit veiligheidsoverwegingen al had weggestopt. Het voelt hier niet goed om foto’s te maken. Ten eerste omdat het voor mij niet prettig voelt dat wij het financieel veel beter hebben dan zij en ik ze ten tweede niet het gevoel wil geven dat wij even poppetjes komen kijken en hun armoede kom fotograferen. Nog even los van het feit dat het ook zomaar zou kunnen zijn dat wij hier beroofd zouden kunnen worden.

Het adres zou een paar straten verder moeten zijn. We hebben er echter geen enkel vertrouwen meer in dat we goed zitten. Als organisatie wil je volgens mij de veiligheid van je cursisten waarborgen en dan kies je naar mijn gevoel niet deze wijk uit. We hadden het adres onderweg al een aantal keer gevraagd, maar niemand kan hier kaartlezen en weet volgens mij amper hoe de volgende straat heet. Tot we twee dames troffen die ons konden uitleggen dat het een heel andere wijk was waar we moesten zijn; dus toch!

Het leek hun niet verstandig om het hele eind terug te lopen en zeker niet door dezelfde wijk. Maar aangezien we niet wisten waar in deze wijk een taxi te scoren was vroegen zij een voorbijkomende travestiet om ons hierbij te helpen. Aangezien deze jongen hier blijkbaar gewoon rond kan lopen en brutaal genoeg blijkt om in deze wijk zijn mannetje te staan, schenken we hem ons vertrouwen en lopen achter hem aan op zoek naar een taxi. Een paar straten verder houdt hij een voorbijrijdende Jeep aan met twee ruig uitziende mannen erin.

Eddie Murphy, hyperactief in het kwadraat op de passagiersstoel en Bob de Verbouwer achter het stuur. Vincent vraagt vlug aan de travestiet of we deze mannen kunnen vertrouwen. De jongen zegt van wel. Vincent onderhandelt over de prijs voordat we instappen en wanneer ze 3 in plaats van 5 CUC accepteren stappen we in. Gadverdarie dat meen je niet, is het echt waar dat ik daar voorin een complete varkenskop zie liggen? Inderdaad ik vergis me niet. De varkenskop wordt vijf minuten later bij een buurtfeestje afgegeven waarna wij onze weg vervolgen. Rare gasten. Ze praten druk met elkaar, toeteren wat in het rond, schreeuwen naar de mensen die ze blijkbaar kennen op straat en we ondergaan de bumpy rit in afwachting van onze aankomst in de juiste wijk. Eddy Murphy vraagt Vincent onderweg een keer of vier om het adres nog een keer op zijn telefoon te laten zien. Hij gebaard dat Vincent zijn telefoon moet geven, maar Vincent houdt hem terecht zelf goed vast. In de wijk “Sueño” stoppen ze ook een keer of drie om de weg te vragen en ook hier lijkt niemand precies te weten waar het betreffende adres is. Tot we dan toch eindelijk in de betreffende straat terechtkomen. Ze willen ons nog verder helpen naar het juiste huisnummer, maar we houden het voor gezien en geven aan dat het goed genoeg is zo.

Onderweg is het ons gelukt om met kleingeld het juiste bedrag bij elkaar te schrapen uit de verschillende broekzakken, omdat de heren geen wisselgeld op zak zouden hebben. Ja ja…

Bij het uitstappen pakt Eddy Murphy Tygo van mij over, zodat ik makkelijker kan uitstappen. Vincent geeft hem het geld waarop Bob de Verbouwer zegt “dat klopt niet het was vijf”. Oh nee wat nu dan. Vincent bedenkt zich geen moment. Staand tussen die twee grote kerels vecht hij voor zijn recht en de afgesproken 3 CUC. Ik grits snel Tygo uit Eddy Murphy zijn armen weg voor het geval het hier akelig gaat worden. Ik denk “Vincent je bent gek man” dit kan wel helemaal uit de hand gaan lopen”. Het ging allemaal te snel om echt het gevaar ervan in te zien, maar weet niet of het allemaal wel helemaal handig van ons was om met hun mee te gaan. Het duurde even totdat Vincent zijn gelijk kreeg, maar konden we daarna zonder kleerscheuren onze weg vervolgen naar het juiste adres en dropen de mannen met de staart tussen hun benen af. Na dit incident hebben we wel even met elkaar afgesproken dat we eerder rechtsomkeert gaan maken wanneer we in een “verkeerde” wijk terecht dreigen te komen.

In de avond willen we weer terug naar het tentje waar we de lekkere broodjes hebben gegeten gisteren. Helaas niet open op zondag. Vincent haalt een hamburger en Tygo en ik naar bed met een kopje yoghurt. In een winkeltje in de winkelstraat verkopen ze zakken yoghurt. Veel dunner dan onze yoghurt maar de smaak is min of meer hetzelfde. Ook wil ik voor mijzelf nog een paar tomaatjes snijden en valt me op dat er ineens veel minder tomaten in de plastic zak zitten. “Oh nee” Vincent er zit een gat in de zak “we zijn een paar tomaten onderweg verloren”. “Oh nee hoor”, zegt Vincent, “die heb ik weggegeven onderweg aan een paar zwervers. En dan ben ik even boos. “Het is niet dat wij nu veel te eten hebben”. “Hoe vaak ben ik al wakker geworden midden in de nacht van de honger en dan geef je het weinige wat we gevonden hebben voor Tygo en mij weg aan een paar zwervers?”……

Midden in de nacht snijdt Vincent een paar tomaten voor me wanneer ik weer honger heb. Mijn boosheid is vergeten en Vincent zijn daad vergeven.

2 Comments

  • Tanja Verhoeven June 1, 2017 at 7:50 am

    Wat een spannend verhaal met het belanden in verkeerde wijk en “niet te vertrouwen mannen in de taxi” dat voelt denk ik echt niet prettig.
    Prachtig verhaald van Vincent die zijn eten weggeeft aan de zwerver. TYgo kijkt echt een beetje nadenkend naar de man! Wauw! Jullie moeten echt veel moeite doen om eten te vinden, vooral vegetarisch. Wat zullen jullie afvallen. Nou , vooral een veilige reis verder en veel liefs

    Reply
  • Trees June 2, 2017 at 6:18 pm

    Her waren weer 3 prachtige verhalen en goed dat Vincent volhoud aan de afgesproken prijs. Nu jullie al in Peru zijn ben ik gerust, anders zou ik mij toch een beetje ongerust hebben gemaakt in sommige louche wijken waar jullie je bevonden ! Ik lees wel dat het eten voor Tygo en Jorine best soms erg lastig was……Ik kijk weer uit naar de volgende verhalen. Dankjewel 😘

    Reply

Leave a Comment