Santiago de Cuba ik haat je

Dinsdagmorgen ben ik wederom niet in orde. Ik heb waardeloos geslapen. De matras waar we op slapen lijkt bol te staan en de kamer lijkt wat vochtig te zijn. Ik barst van de pijn in mijn rug. Ik heb vanmorgen eerst een tijd krom gestaan onder de warme douche in de hoop dat de warmte goed zou zijn voor mijn rug. Vervolgens heb ik al een aantal dagen last van mijn darmen en mijn maag. Ik voel wel dat ik honger heb, maar de gedachte aan eten maakt me misselijk. Ik heb last van vreselijke krampen en toch heb ik gewone ontlasting. En net de week voor wij vertrokken kreeg ik weer last van een blaasontsteking. Bij de dokter heb ik enige stennis gemaakt, omdat ze niet duidelijk konden aangeven of de antibiotica die ze mij hadden voorgeschreven gevoelig zou zijn voor de blaasontsteking bacterie. Hun theorie was dat ze dachten van wel omdat deze antibiotica de vorige keer ook had geholpen. Tijd om laboratoriumonderzoek te laten doen was er niet meer, aangezien dit vijf dagen duurt. Ik was al bang dat de antibioticum niet zou gaan helpen. Ik heb het afgelopen jaar al zoveel antibioticum geslikt, in allerlei soorten en maten en ik krijg iedere keer blaasontsteking terug. Ik had al een aantal keer gevraagd of het niet beter zou zijn om mij door te verwijzen naar een uroloog, waarop het antwoord was dat ik dan eerst even van de blaasontsteking af zou moeten. Potten cranberry heb ik inmiddels gegeten en potten vitamine C in hoge doseringen, maar zonder resultaat. Afijn als de antibioticum niet aanslaat moet ik maar twee kuren achter elkaar slikken was het advies van de dokter. En daar kon ik het verder mee doen.

Ik ben inmiddels 2 weken verder en 2 kuren verder. Ik heb nog steeds erge last van blaasontsteking en mijn darmen zijn er inmiddels ook heel erg van overstuur, wat de vorige keer ook het geval was.

Dit helpt allemaal niet om mij een blij mens te voelen en als je dan ook nog niet goed slaapt en Tygo zo onhandelbaar als hij momenteel is dan valt dat niet mee.

Ik kijk momenteel dan ook niet heel positief tegen Santiago de Cuba aan. Ik had mij een layed back plaatsje voorgesteld aan het strand (dat was mij ook vertelt door het Spaanse instituut).

Ook lees je op internet dat Cuba één van de meest veilige landen in Zuid Amerika zou moeten zijn.

Zo kijk ik er in ieder geval niet tegenaan. De huizen zijn oud en vervallen, als we in de ochtend Tygo wegbrengen worden er in een markthal complete, uitgebeende varkens en/of koeien op straat neergegooid om te verkopen. Het zou mij niet verbazen als er in de middag weer gewoon mensen in de vrachtwagen vervoerd worden. Aan de overkant van de straat zijn ze met de hand bezig om het afval te scheiden wat uit een vrachtwagen wordt gestort.

Als we Tygo hebben afgezet moeten we heel lange weg omhooglopen waar de auto’s ons tegemoet rijden, aangezien het allemaal eenrichting straten zijn. De meeste auto’s en brommers hebben een enorme benzine of diesel uitstoot. Dit doet mij denken aan mijn broer, die vroeger op het parkeerdek van de boot naar Engeland het raampje van de auto naar beneden deed om de benzinedampen van de vrachtwagens te inhaleren; omdat hij dit zo lekker vond ruiken. Ik zal je zeggen dat je hier bijna vergast wordt, zo erg is het. Na twee dagen hebben we elkaar voor gek verklaart om hierin te blijven lopen en zijn een parallelstraat ingeslagen met minder auto’s. Onderweg lopen veel honden op straat. Ze blaffen naar elkaar maar laten de mensen met rust Allemaal zijn ze op zoek naar eten wat mensen achterlaten. Her en der liggen plastic zakken met huisvuil, die open worden gevreten, voordat ze opgehaald worden. Langs de weg verkopen ze vlees, wat ze aan stukken hakken op een karretje, zijn er marktjes waar ze ijzerwaren verkopen of pleintjes waar ze eten bereiden in kleine kraampjes. Hoe vroeg of hoe laat je de straat ook opgaat er zijn altijd veel mensen op straat. De één ligt onder zijn auto te sleutelen, anderen zitten in de deuropening of op de stoeprand bij hun huis om eieren of olie te verkopen of gewoon om deelgenoot te zijn van het leven op straat. Overal staat de deur open en kun je de huizen inkijken en uit vele huizen komt lawaai van spelende kinderen, een huilende baby, een televisie of muziek.

Iedere auto of brommer die voorbijkomt toetert gigantisch hard om je te laten weten dat hij eraan komt. Een oorverdovend, irritant lawaai. En er zijn nog steeds mensen die je blijven aanspreken of je een taxi nodig hebt, of je zeggen dat ze een goed restaurant voor je weten. Het regent deze ochtend. We lopen voor het eerst rond als twee smurfen in onze blauwe poncho’s.

Halverwege de route komen we op een groot kruispunt waar we de weg moeten oversteken. We lopen dan langs een weg waar rijen mensen staan te wachten. Later begrijpen we dat die allemaal staan te wachten op een plekje in de enorme trucks en vrachtwagens die er rondrijden. Deze trucks brengen de mensen naar hun werk. Ze zitten vaak vol waardoor de mensen lang moeten wachten. Waarschijnlijk zijn ze niet zo streng als het erom gaat hoe laat je op je werkt komt. Bovendien wie maakt je wat als je voor de staat werkt. Je krijgt bijzonder weinig betaald, wat waarschijnlijk ook de reden is van het feit dat de mensen in de winkels er enorm ongeïnteresseerd bijstaan en je soms minuten laten wachten voordat ze je komen helpen. Ze blijven gewoon achter hun toonbank op hun stoel zitten spelen met hun telefoon. Kijken eens een keer jouw kant op en gaan dan gewoon weer door alsof ze je niet hebben zien staan. Wanneer ze dan eindelijk opstaan en je kant opkomen, kijken ze je aan met een ongeïnteresseerde, ontevreden blik om te vragen wat je moet hebben. En dat doen ze niet alleen naar ons, dat doen ze naar iedereen, vreselijk. Dat is mogelijk wat het communistische systeem creëert. Je hoeft niet je best te doen want je bent allemaal hetzelfde en krijgt allemaal weinig betaald en je bent totaal niet belangrijk. Je hebt gewoon werk en niet meer en niet minder.

Wanneer de Spaanse Lerares aan me vraagt hoe het met me gaat, begin ik te huilen. De tranen rollen over mijn wangen. Ik voel me niet goed en ik haat Santiago de Cuba. Hiernaast moet ik bekennen dat ik mij ook een beetje zorgen maak om Tygo of het allemaal wel goed met hem gaat waar we hem hebben achtergelaten. Of ze hem niet volstoppen met eten, of ze de buitendeur wel dichtlaten en of ze binnen wel goed op hem letten etc. Deze drie combinaties zorgen ervoor dat ik mij niet happy voel deze ochtend. Ik doe mijn best om mijn tranen weg te drukken en verontschuldig mij. Nee niet doen zegt ze gewoon lekker laten gaan. Je mag huilen. En ze streelt me lief over mijn rug en geeft me dikke knuffels. Wat een super lief mens die Cubaanse lerares van ons.

En ook dat is Santiago de Cuba.

Dat realiserende maakt dat de motivatie en de energie voor de les weer terugkomt en we weer volle kracht vooruitgaan.

In de pauzes hebben we de gelegenheid om even te kletsen met Pia en haar Cubaanse lerares, wat een heel grappig type blijkt te zijn, die haar carrière als cabaretier misgelopen is. Naast het feit dat we hard werken en veel leren, hebben we ook veel lol.

Terug bij onze Casa heb ik geen zin om te schrijven, nog om huiswerk te maken. Ik duik mijn bed in met een filmpje, die ik gedurende de middag en een gedeelte van de avond afkijk. 

Wanneer Tygo wakker is besluiten we naar de haven te lopen. Het is mooi aan het water. Er liggen enorme schepen in de haven en er zitten veel mensen aan een groot plein voor het water. Uit een boot aan de kade schalt enorme harde muziek, waar je ook lijkt te kunnen eten. Best leuk wat betreft het uitzicht, maar wat betreft de muziek hadden we onze oordoppen mee moeten nemen, want van dit volume ga je zeker een gehoorbeschadiging oplopen.

Even verderop doen ze niet aan vegetarisch en aan de overkant van de straat staat de muziek ook op standje levensgevaarlijk wat maakt dat we niet eens naar binnenlopen om het menu te bekijken. Wel scoren we twee zakjes popcorn bij een standje aan de straat. Lekker van die zoute voor bij de film vanavond. Beetje geïrriteerd omdat Vincent erge honger heeft en ik niets kan vinden lopen we een tentje aan het einde van de hoofdstraat in. Daar hebben ze wel yoghurt voor Tygo en salade voor mij. Omdat we nog even lopen te dim dammen of we hier gaan eten, heb ik Tygo van mijn rug af gedaan omdat hij al honderd keer heeft gevraagd of hij zelf mag lopen. Hij speelt in de deuropening van het eettentje en valt ineens voorover op zijn voorhoofd. Dit is op zich niet zo bijzonder aangezien dit zeker 1 maal per dag gebeurd, ware het niet dat hij nu met zijn voet is blijven hangen in een gleuf bij de deuropening. Ze hebben voor de gigantische deur een enorme diepe gleuf in de grond gemaakt van een paar centimeter diep en een paar centimeter breed. Als volwassenen stap je daar wel overheen, maar als klein kind blijf je daar met je schoen in hangen. De val was daarom ook iets harder dan anders. Een enorme bult op zijn voorhoofd. Ik in opdracht van Vincent meteen ijs halen bij het ijspaleis tegenover. Staan er weer van die ongeïnteresseerde types bij de poort waar je naar binnen loopt. “Heb je ijs” vraag ik aan één van de jongens. “Mijn zoon is heel hard gevallen en nu heb ik ijs nodig om op zijn hoofd te doen”. Blijft hij mij schaapachtig aankijken. “Heb je ijs” zeg ik nog een keer. “Het is echt heel belangrijk zeg ik”. En dan ineens snapt hij mij. Ik had het woord “Helado” gebruikt wat inderdaad IJs betekent. Ja natuurlijk had hij ijs, aangezien ik bij de poort stond van het ijspaleis. Maar ik kan mij voorstellen dat hij niet snapte dat ik dit ijs tegen Tygo zijn voorhoofd wilde houden. Ik had “Hielo” nodig wat ijsklontjes betekent. Gelukkig werd ik begrepen en na een geduldige vijf minuten wachten vertrok ik met een brok ijs waar we een heel peloton mee hadden kunnen koelen.

Gelukkig was de pijn al snel vergeten en hielp de plek op zijn hoofd om nog meer aandacht van zijn omgeving te krijgen, want ja wie heeft er tegenwoordig nou zo’n mooie blauwe plek op zijn voorhoofd.

1 Comment

  • Tanja June 19, 2017 at 5:49 pm

    O lieve Jorine, wat naar dat je je niet lekker voelt. Door teveel aan antibiotica kan idd je darmflora uit balans raken. Wel levert dit een mooi emotioneel verhaal op. Reizen is duidelijk niet altijd rozengeur.
    Hou je taai, veel liefs en morgen ziet het er weer anders uit😘😘

    Reply

Leave a Comment