Een robbertje vechten bij de bakker

De volgende ochtend besluiten we vroeg te ontbijten, zodat we vroeg op pad kunnen om een aantal dingen te regelen.

We hebben aangegeven om acht uur te willen eten, maar net als de dag ervoor is de vrouw des huizes niet vooruit te branden. Als we om acht uur aan tafel zitten is zij nog in geen velden of wegen te bekennen. Wanneer ze de trap omhoogkomt naar de tweede verdieping is het alsof ze de Mount Everest beklimt. Voetje voor voetje vooral niet te snel, anders zou je weleens hoogteziekte kunnen riskeren. Ze is ook nog zo nieuwsgierig als wat. Het voelt niet als oprechte interesse maar meer om te checken of ze nog dingen voor ons kunnen regelen om hier geld mee te verdienen. Het is erg lastig met haar converseren. Wanneer we heel trots in ons beste Spaans antwoord geven kijkt ze ons aan alsof ze het in Keulen hoort donderen. Ik ga iedere keer twijfelen of ik wel de juiste woorden of tijden heb gebruikt. Volgens Vincent is ze gewoon niet zo heel erg slim en vindt ze het gewoon moeilijk om ons accent te volgen.

Wanneer we dan eindelijk het ontbijt op hebben lopen we eerst naar het busstation om een idee te krijgen van de beschikbaarheid en kosten van Viazul de komende dagen naar Havana. We vonden het lastig om te beslissen welke plaatsen we nog aan zouden willen doen voor ons vertrek van 8 maart. Het liefst hadden we nog een aantal kustplaatsen in het noorden van Cuba willen bezoeken, maar volgens zeggen is het ten eerste heel moeilijk om daar te komen en ten tweede zijn daar geen mensen die hun huis verhuren voor toeristen. Zo viel uiteindelijk de beslissing om nog een aantal dagen naar Varadero te gaan; een kustplaats in het Noordwesten van Cuba. De bedoeling is om hier nog een aantal dagen lekker van de zon en het strand te gaan genieten. Dit zou wel betekenen dat we eerst naar Havana zouden moeten, wat met de bus een uurtje of vijftien is, om daarna van Havana met de bus naar Varadero te reizen, wat nog eens 3 uur extra zou zijn. Een enorme trip dus.

In de ochtend had ik al even gebeld met een mannetje die we in Santiago bij de bushalte tegen waren gekomen. Hij kon een Taxi Collectivo aanbieden voor 80 CUC per volwassene van Santiago naar Havana en dan zou hij ons voor nog eens 25 CUC per volwassene op laten halen in Baracoa. Met dit in ons achterhoofd spraken we op het busstation weer zo’n mannetje, die ons voor 80 CUC vanuit Baracoa naar Havana zou kunnen brengen. Dit zou betekenen dat we niet helemaal terug zouden hoeven naar Santiago. Het mooie zou zijn dat we aankomende donderdag samen met een Canadees gezin een taxi collectivo richting Havana zouden kunnen nemen. Een Canadese Man Mitch, een Cubaanse vrouw Jess en hun zoontje Isac van 1.5. Het geval wilde zelfs dat ze er net aan kwamen lopen om nog even alles door te spreken voor donderdag, zodat we even konden kennismaken. Jess wilde n.l. graag de “driver” zien en spreken om er zeker van te zijn dat het geen alcohol drinkende Loco zou zijn, die ons naar Havana ging rijden.

We hadden meteen een heel goed gevoel bij deze mensen, wat voor ons de doorslag gaf om donderdag met hun een taxi te delen. Ook was de “driver” bereid om ons 2 uur eerder uit te laten stappen in Jagüey Grande, zodat we vanuit hier met een andere taxi collectivo naar Varadero konden rijden. Dit zou ons bijna 5 uur reistijd schelen. Al met al een prachtige oplossing voor donderdag dus.

Nu nog op onderzoek uit voor de excursie naar het park op woensdag. Volgens Mitch zou het aan te raden zijn om gewoon bij het reisbureau van Baracoa langs te gaan, omdat die betere en goedkopere excursies aanbieden dan de “privé mannetjes”. Hij bleek het inderdaad bij het rechte eind te hebben.  Het Baracoa reisbureau bood een tour aan voor woensdag. Vertrek om 9.00 uur, anderhalf uur rijden naar het park (over 45 km), vervolgens een wandeling van 3 uur met aansluitend een frisse duik in de natuurlijke wateren van het park, om vervolgens terug te rijden en te stoppen bij Playa Manguana om daar nog lekker met water en zand te spelen.

Nu alleen nog eten halen voor de lunch en genoeg water, brood en beleg voor woensdag.

Wanneer we door de hoofdstraat heenlopen ziet Vincent ineens een ruimte waar een aantal naaimachines staan. Ik ben n.l. weer uit mijn broek gescheurd. Ditmaal gaat het om mijn korte broek. Twee weken voor de vakantie scheurden allebei de lange broeken die ik mee wilde nemen. Niet omdat ik te dik geworden ben maar gewoon omdat ze versleten zijn. In zo’n geval ben ik te eigenwijs om ze weg te gooien, omdat ze veel te lekker zitten. Ik heb toen een naaister gevraagd om er een stuk stof achter tegenaan te naaien, zodat ze in ieder geval de vakantie nog meekunnen.

Op het toilet kon ik de broek even uittrekken en was hij binnen vijf minuten gestikt voor nog geen Euro.

Het was gelukt om een groot stuk kaas in een supermarkt te bemachtigen in Baracoa. Voor het eerst dat wij überhaupt kaas tegenkwamen in Cuba. Aangezien de bakkerij pas om 13.00 uur weer openging besloten we eerst Tygo naar bed te brengen, want die had de pijp helemaal leeg. Het leek mij een goed plan om ruim voor 13.00 uur voor de deur van de bakkerij te gaan staan, zoals de rest van de mensen in Baracoa ook doen.

Ik stond om 12.45 uur met verschillende andere mensen voor de deur van de bakkerij. Twee deuren, eentje links en eentje recht. Voor mij was het niet duidelijk welke de ingang was en welke de uitgang. Ook was niet duidelijk wie nu de laatste in de rij was. Wel was mij al opgevallen dat de mensen die als laatste kwamen steeds vroegen wie de laatste was en dan niet mij maar iemand voor mij in de rij aanwezen. Dat was het moment dat ik het gevoel kreeg dat ik op moest gaan letten. Afijn het duurde en duurde en het werd heter en heter voor die deur. Er verzamelden zich inmiddels ook een grote groep mannen aan de overkant van de straat. Om mij heen stonden er op dat moment alleen maar vrouwen. Toen om ongeveer 13.20 uur de deur openging van de bakkerij, 20 minuten later dan gepland, begonnen de mensen om mee heen te duwen. Links gingen de vrouwen naar binnen en rechts gingen ineens alle mannen naar binnen. Ik stond ergens tussen de twee deuren in. Ik moest dus beslissen om bij de vrouwen of de mannen aan te sluiten. Het leek mij een strategisch betere zet om in de rij bij de mannen te gaan staan, aangezien ik het gevoel had dat de vrouwen mij er niet meer tussen zouden gaan laten. Dus maar bij de mannen naar binnen. Vervolgens begonnen ze te duwen en langs mij heen te kruipen om weer voor mij uit te komen. Verdorie ik sta hier al meer dan een half uur te wachten en dan kruipen al die mannen voor. Ten eerste kan ik er niet tegen als mensen gaan duwen en ten tweede kan ik slecht tegen onrecht. Ik baal er dan wel van dat ik nog niet zo mondig ben in het Spaans om te zeggen wat ik wil zeggen. Of misschien is het wel beter dat ik niet zo mondig ben in het Spaans, omdat ik in zulke gevallen nogal eens mijn zelfbeheersing kan verliezen en er niet zulke verstandige dingen uit mijn mond komen.

Ik vraag daarom aan een aantal mannen in het algemeen, die zich voorbij mij proberen te wurmen of het ok voor ze is als ik ook brood kom kopen. Ik dacht laat ik het eens positief brengen in plaats van ze uit te foeteren. Als antwoord krijg ik dat ik bij de vrouwen moet gaan staan. En dan ben ik er klaar mee. Ik maak mij breed zodat er niemand meer langs kan en wurm mijzelf naar de toonbank, waar ik vervolgens een probleem krijg met de vrouwen. Vrouwen die achter mij stonden willen mij er ineens niet tussen laten. Gelukkig is er één vrouw die wel eerlijk is en naar achteren roept dat ik er eerder stond dan zij. Zij is degene die mij er tussen laat. Maar dan ben ik er nog niet aangezien de vrouw achter de toonbank ook niet van plan is om mij aan de beurt te laten komen. Ze laat de mannen iedere keer voorgaan. En dan zijn er ook nog vrouwen die via een achterdeur achter de toonbank terechtkomen en ook weer eerder geholpen worden. Als ik dan eindelijk aan de beurt ben vraag ik om zeven broden (kleine stokbroden, waarvan de helft lucht is). Als antwoord krijg ik dat het maar toegestaan is om 5 broden mee te nemen, terwijl ik verschillende mensen met hele tassen vol zie vertrekken. Wat is dit voor een dikke vette discriminatie in dit dorpje.

Je moet dus bijna een vechtsport hebben gedaan om brood te kunnen halen in Baracoa.

Trots loop ik met de vijf broden richting de Casa. Deze strijd heb ik maar mooi weer gestreden en voorlopig hebben we voor vandaag en morgen brood met kaas.

Aangezien Tygo weer lang geslapen heeft is er niet veel tijd meer om naar het strand te gaan. We wagen het er toch op en vertrekken richting Playa Blanca. Om hier te komen zou je het zwarte zandstrand zo’n 3 km moeten volgen. Vervolgens zou je met een klein pondje een rivier over moeten steken om dan bij Playa Blanca uit te komen. Een prachtig wit strand waar je veilig met Tygo zou moeten kunnen zwemmen.

 

Op het strand is het rustig. Er zijn wat kinderen aan het spelen met een honkbal, er wordt wat gevoetbald en er is een groepje mensen conditietraining aan het doen. De huizen langs het strand zijn heel erg vervallen en het zand bestaat uit kleine schelpjes en stenen wat het zwaar maakt om er overheen te wandelen. We lopen langs het stadion wat we vanuit de bus eerder ook al zagen. Het was een basketbal station, maar is vier maanden geleden door de orkaan voor 2/3 deel verwoest. Het hele strand ligt bezaaid met brokstukken van het stadion. Het stadion werd eerst gebruikt voor wedstrijden, maar dient nu alleen nog voor trainingen. Ergens op het strand ligt een halfvergane hond, die gelukkig aan mijn ogen voorbij gaat. Het is ook hier een zooitje op het strand voor overblijfselen van palmbomen die door de orkaan uit elkaar gerukt zijn en door niemand worden opgeruimd.

Wanneer we wat foto’s maken bij het stadion komt er een man op ons af. Het lijkt een ogenschijnlijk aardig man. Netjes gekleed in een T-shirt en korte broek en draagt een rugzak op zijn rug. Hij vertelt wat over de geschiedenis van het stadion en geeft Vincent een stuk hout wat afkomstig is vanuit de jungle en door de orkaan richting het strand is geblazen. Als je dit hout heel even kort over een steen wrijft wordt het heel heet en zou je er vuur mee kunnen maken vertelt de man. Hij vertelt dat hij onderweg is naar zijn werk, wat ongeveer ter hoogte is van Playa Blanco en vraagt of we samen met hem op willen lopen.

Maar hoe verder we lopen hoe meer ik erover na ga denken dat het niet verstandig is om helemaal door te lopen naar Playa Blanca. Wanneer het donker wordt of is vind ik het strand over het algemeen niet een veilige plek om te verblijven en zeker niet hier.

Ik probeer het Vincent een aantal keer duidelijk te maken, maar Vincent is druk aan het converseren met de Cubaanse man. Op een gegeven moment ben ik er wel klaar mee en geef aan dat ik niet verder wil lopen. De man wijst aan waar wij leuk met Tygo zouden kunnen spelen. Terwijl ik de bal al uit de tas haal om te gaan voetballen, begint de man een verhaal over allerlei kunstwerken die hij van hout maakt voor zijn werk. Hij vraagt of wij geïnteresseerd zijn om die te zien. Ik voel de bui alweer hangen. Ik loop weg met Tygo en roep tegen Vincent “niet doen”. Maar als je zo’n groot hart hebt als Vincent dan gaat dat niet lukken. Vincent laat de man zijn gang gaan om alle spullen die hij bij zich heeft op het strand voor hem uit te stallen. Even later komt Vincent mij vragen of hij wat van de man moet kopen. Ik zeg hem dat het zijn beslissing moet zijn om wat van hem te kopen. Hij koopt een domino spel van de man. De man bedankt Vincent en haakt daarna aan bij een andere man, die plotseling verschenen is vanuit de andere kant van het strand. In plaats van door te lopen naar zijn werk waar de man zogenaamd naar onderweg was, keert hij en loopt met de andere man terug in de richting waar we vandaag kwamen. Belazerd dus en al die dingen die de man liet zien worden hier ook op de toeristenmarktjes verkocht.

Maar het is waar dat deze man wel slim heeft ingespeeld op Vincent zijn grote, zorgzame hart.

2 Comments

  • Tanja June 21, 2017 at 7:34 pm

    Bizar je wachtsessie bij de bakker!!! Echt vreselijk! Frustrerend maar ook voor die mensen die dit iedere dag doen. In de rij voor de bakker,iedere dag weer😦😕. Wat is Vincent toch een goeierd. Wel vreselijk dat de mensen je continu willen belazeren. Geen prettig gevoel en moet je continu op je hoede zijn. Op baar het volgende verhaal😘

    Reply
  • Ingrid June 21, 2017 at 7:42 pm

    Ik heb zojuist genoten van een heel aantal van jullie verhalen met leuke en zware momenten. Het is wel een heel avontuur met bijzondere ontmoetingen en ervaringen. Soms zou ik zo met jullie willen ruilen maar soms ook blij dat ik hier op mijn comfortabele luie stoel zit! Veel plezier verder en dat lukt prima geloof ik.

    Reply

Leave a Comment